Wederzijdse erkenning van vrijheidsbenemende straffen (wetsontwerp - 15/11/2011)
Met het wetsontwerp van 12 oktober 2011 wordt beoogd de volgende twee Europese instrumenten om te zetten in de Belgisch wetgeving:
1° het kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie (omzettingstermijn: 5 december 2011);
2° en gedeeltelijk het kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van kaderbesluit 2002/584/JBZ, kaderbesluit 2005/214/JBZ, kaderbesluit 2006/783/JBZ, kaderbesluit 2008/909/JBZ en kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces (omzettingstermijn 28 maart 2011).
Het eerste kaderbesluit van de Raad beoogt de personen die zijn veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel (gevangenisstraf of internering) de mogelijkheid te bieden hun straf uit te zitten in een andere lidstaat dan die waar de sanctie werd uitgesproken, waarmee ze sociale of nauwe familiebanden hebben, inzonderheid met het oog op het verbeteren van hun vooruitzichten bij reclassering.
Het is zowel van toepassing in de gevallen waarin de gevonniste persoon zich reeds in de ontvangende staat bevindt (gevallen van “overname van tenuitvoerlegging van de straf”) als in die waarin de persoon zich nog in de staat van veroordeling bevindt (gevallen van “overbrenging”). Het zal van toepassing zijn tussen de lidstaten van de Europese Unie zowel wat betreft de burgers van de EU als de onderdanen van derde staten.
In de betrekkingen tussen de lidstaten vervangt dit kaderbesluit dus de bestaande internationale instrumenten die zijn aangenomen in het kader van de Raad van Europa, te weten het verdrag van 1983 inzake de overbrenging van gevonniste personen en het protocol ervan van 1997.
Het kaderbesluit inzake veroordelingen bij verstek strekt tot uniformering van de formulering van de weigeringsgrond in verband met veroordelingen bij verstek in de bestaande instrumenten betreffende wederzijdse erkenning met betrekking tot na het vonnis genomen beslissingen en wijzigt bijgevolg het voornoemde kaderbesluit.
Lees hieronder de volledige tekst van het wetsontwerp:
Wetsontwerp van 12 oktober 2011 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie
Laatste aanpassing: 12 november 2011
Dit artikel werd op 16 november 2011 via de juridische nieuwslijn Lexalert verstuurd.
Lexalert informeert u gratis en per e-mail over de juridische actualiteit met betrekking tot straf- en strafprocesrecht.
Schrijf gratis in.



