Pensioenen: overzicht geïmplementeerde en geplande hervormingen (beleidsbrief - 6/1/2012)

I. — HERVORMINGEN DIE IN WERKING TREDEN OP 1 JANUARI 2012
1. Verlenging van sommige loopbanen door de bijzondere stelsels op het algemeen stelsel af te stemmen
De huidige ambtenaren van de bijzondere stelsels van het openbaar ambt die nu een gunstigere tantième dan 1/48e genieten zullen voor de vanaf 1 januari 2012 gepresteerde periodes hun pensioen op basis van een tantième 1/48e zien berekend worden (de al verworven rechten blijven volgens de oude berekeningsmethode). De ambtenaren van 55 jaar en ouder op 1 januari 2012 zullen voor hun volledige pensioen de oude berekeningsmethode genieten.
De bijzondere stelsels van de privésector zullen op het algemene stelsel worden afgestemd (met de mogelijkheid om in overgangsmaatregelen te voorzien): de verworven rechten zullen vanaf 1 januari 2012 op basis van de nieuwe berekening gebeuren en de werknemers van 55 jaar en ouder op 1 januari 2012 zullen de oude berekeningsmethode voor hun volledige pensioen genieten.
2. Bij de pensioenberekening het werk meer laten doorwegen ten opzichte van de periodes van inactiviteit
De regering zal de mogelijkheid onderzoeken om de uitvoeringsregels voor de gelijkstelling van de voor alle pensioenstelsels gemeenschappelijke periodes op elkaar af te stemmen.
De werkloosheid van de 3e periode en de brugpensioenperioden vóór 60 jaar zullen in de pensioenberekening gevaloriseerd worden op basis van het minimumrecht per loopbaanjaar, met uitzondering van de brugpensioenen in geval van een bedrijf in moeilijkheden of herstructurering, evenals die welke ingevolge de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 96 werden genomen.
De periodes van vrijwillige werkonderbreking, behalve het gemotiveerde tijdskrediet en de thematische verloven (palliatieve zorg, ouderschapsverlof of het bijstaan of verzorgen van een lid van zijn gezin of een familielid tot in de tweede graad dat lijdt aan een ernstige ziekte), zullen bij de pensioenberekening nog voor maximum een jaar gevaloriseerd worden. In geval van een arbeidsduurvermindering van 1/5de tijd zal deze gelijkstelling in dagen kunnen worden geteld.
De periodes van tijdskrediet op het einde van de loopbaan (de zogenaamde landingsbanen) zullen vóór een leeftijd van 60 jaar gevaloriseerd worden op basis van het minimumrecht per loopbaanjaar. De periodes van landingsbanen na een leeftijd van 60 jaar worden gelijkgesteld voor 2 jaar in geval van 1/2de tijdskrediet of 5 jaar in geval van 1/5de tijdskrediet op het einde van de loopbaan.
Deze maatregelen zullen voor de betrokken periodes vanaf 2012 in werking treden en gelden enkel voor nieuwkomers in de systemen of voor mensen die hun aanvraag hebben ingediend na 28 november 2011.
3. Verhoging van het aantal jaren dat voor de pensioenberekening in de overheidssector meetelt
De gemiddelde wedde van de laatste tien (in plaats van laatste vijf) beroepsjaren zal als basis dienen om het pensioen in de overheidssector te berekenen.
Deze nieuwe berekeningsmethode zal niet gelden voor de mensen van 50 jaar en ouder op 1 januari 2012.
Om de mensen met de laagste pensioenen te beschermen, zal de regering onderzoeken of men ervoor kan zorgen dat de nieuwe berekening geen pensioen oplevert dat onder een te bepalen niveau ligt.
II. — HERVORMINGEN DIE IN 2013 OF LATER IN WERKING TREDEN, OF VANAF 2012 IN EEN OVERGANG VOORZIEN
1. Verhoging van de effectieve leeftijd om op vervroegd pensioen te gaan
De minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen zal vanaf 2013 met 6 maanden verhogen en daarna met 6 maanden per jaar om in 2016 op 62 jaar te komen, in de privésector en in het algemeen stelsel van het openbaar ambt. De minimale loopbaanvoorwaarde zal in de privésector en in het algemeen stelsel van het openbaar ambt tegen 2015 geleidelijk aan op 40 jaar komen.
Er zullen bijzondere loopbaanvoorwaarden gedefinieerd worden voor de stelsels in het openbaar ambt met een tantième met een noemer lager dan 60.
Bij lange loopbanen zal men in twee uitzonderingen voorzien: het pensioen zal op 60 jaar kunnen bij 42 loopbaanjaren en op 61 jaar bij 41 loopbaanjaren
| Jaar |
Minimumleeftijd |
Loopbaanvoorwaarde | Uitzonderingen lange loopbaan |
| 2012 | 60 jaar | 35 (privé) / 5 (overheid) loopbaanjaren | |
| 2013 | 60 jaar en 6 maanden | 38 loopbaanjaren | 60 jaar bij 40 loopbaanjaren |
| 2014 | 61 jaar | 39 loopbaanjaren | 60 jaar bij 40 loopbaanjaren |
| 2015 | 61 jaar en 6 maanden | 40 loopbaanjaren | 60 jaar bij 41 loopbaanjaren |
| 2016 | 62 jaar | 40 loopbaanjaren | 60 jaar bij 42 loopbaanjaren en 61 jaar bij 41 loopbaanjaren |
De pensioenbonus zal vóór 1 december 2012 worden geëvalueerd, met de bedoeling om zijn aansporend karakter te versterken.
De laatste beroepsmaanden zullen geleidelijk aan in de pensioenberekening van de privésector in rekening worden gebracht. Een in ministerraad overlegd besluit zal het ogenblik waarop deze bepaling in werking treedt vastleggen.
Werken na 65 jaar zal in de overheidssector worden toegestaan, mits het akkoord van de werkgever.
Het beginsel van eenheid van loopbaan zal in alle stelsels geleidelijk aan worden afgeschaft: de gewerkte jaren na 45 loopbaanjaren zullen recht geven op een verhoogd pensioen, voor zover ze niet meer dan dertig gelijkgestelde dagen per loopbaanjaar bevatten.
Deze maatregelen zijn van toepassing op de pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2013.
III. — HERVORMINGEN DIE IN DE LOOP VAN 2012 IN HET PARLEMENT ZULLEN WORDEN
NEERGELEGD
1. De overlevingspensioenen hervormen
De mensen die hun partner1 verliezen zullen een “overgangsuitkering” ontvangen waarvan de duur zal
afhangen van de leeftijd, het aantal kinderen en het aantal jaren van wettelijk samenwonen of huwelijk.
Na afloop van de overgangsuitkering en bij gebrek aan een baan zal er onmiddellijk een recht op werkloosheidsuitkering geopend worden, zonder wachttijd en met een aangepaste en vroegtijdige begeleiding.
Om een overgang tussen het oude en het nieuwe stelsel te garanderen, zal de regering ervoor zorgen dat voor de mensen die op 1 januari 2012 de leeftijd van 30 jaar hebben bereikt, in geval hun partner overlijdt, het rustpensioen zal worden verhoogd met een bedrag ter waarde van wat ze in het kader van het huidige overlevingspensioenstelsel zouden hebben ontvangen.
De regels om een pensioen en een beroepsinkomen te cumuleren zullen worden versoepeld, teneinde de werkloosheidsvallen te bestrijden.
2. Maatregelen betreffende de 2e en 3e pijlers
In het kader van de interprofessionele onderhandelingen zal de regering de sociale partners vragen om de 1e pensioenpijler te consolideren en een veralgemening van een 2e pijler of van een 1e pijler bis te overwegen, bij voorrang voor zij die geen toegang hebben tot de 2e pijler.
De regering zal de fiscale 80 %-regel2 evalueren om er de perverse gevolgen van bloot te leggen (het aandikken van de bezoldiging op het einde van de loopbaan om het hoogste fiscale voordeel te kunnen genieten, rekenfouten door een verkeerde evaluatie van het wettelijk pensioenbedrag bij een gemengde loopbaan, …) en die te vermijden.
De voor de 2e pensioenpijler gestorte bijdragen zullen maar fiscaal aftrekbaar zijn (in het kader van de 80 %-regel) indien ze recht geven op een aanvullend pensioen dat, bij het wettelijk pensioen samengevoegd, het niveau van het hoogste overheidspensioen niet overschrijdt.
De belastingsvoeten van de 2e pijler, opgebouwd op basis van de werkgeversbijdragen, zullen worden herzien: 20 % op 60 jaar, 18 % op 61 jaar, 16,5 % op 62 tot 64 jaar en 10 % op 65 jaar, tegen 16,5 % op 60 tot 64 jaar en 10 % op 65 jaar vandaag.
De belastingsverminderingen op de 2e en de 3e pijler, die momenteel berekend worden op basis van een bijzondere gemiddelde aanslagvoet, zullen voortaan op basis van een percentage van 30 % voor alle belastingplichtigen worden berekend, ongeacht het inkomen.
IV. — HERVORMINGEN DIE IN 2012 ZULLEN WORDEN UITGEWERKT
1. Vrijwillig werken na de pensioenleeftijd
Voor gepensioneerden van minder dan 65 jaar zal het huidige stelsel blijven, maar de sanctie zal in overeenstemming met de overschrijding zijn. De inkomensgrens zal voortaan geïndexeerd zijn.
Voor gepensioneerden vanaf 65 jaar zal de beroepsinkomensgrens worden afgeschaft voor de personen die in 2013 42 loopbaanjaren tellen. In 2014 zal de maatregel worden geëvalueerd met het oog op een eventuele verhoging van deze loopbaanvoorwaarde. Vanaf een jaarinkomen van 33 0003 bruto zal de belastingvermindering voor vervangingsinkomens degressief zijn.
Voor de personen die niet aan de loopbaanvoorwaarde voldoen: de (voortaan geïndexeerde) inkomensgrens zal blijven, maar de sanctie zal in verhouding tot de overschrijding staan.
Het zal onmogelijk blijven om bijkomende pensioenrechten op te bouwen wanneer men al een pensioen krijgt.
Deze maatregelen zullen vanaf 2013 worden toegepast.
2. Zilverfonds en Fonds voor de toekomst
De regering zal in overleg met de sociale partners onderzoeken of een fusie tussen het Zilverfonds en het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging opportuun is.
3. De inkomens van de gepensioneerden optrekken en hen beter informeren
De pensioenen van de zelfstandigen en van de loontrekkenden zullen in het kader van de welvaartsenveloppe worden opgewaardeerd. Alle werkenden zullen zeer regelmatig, en vanaf het begin van hun loopbaan, een raming van hun toekomstige pensioenrechten ontvangen. De loopbaangegevens over de drie pensioenstelsels en de aanvullende pensioenen zullen in één databank worden bijeengebracht waarin de gegevens onder een format zullen zijn opgeslaan dat voor alle takken van de sociale zekerheid bruikbaar is. Zo zal er maar één aanspreekpunt zijn om de gepensioneerden en de toekomstige gepensioneerden over hun toestand en rechten te informeren.
Lees de volledige tekst van de
beleidsbrief pensioenen (pdf, 147 KB).
Dit artikel werd op 7 januari via de juridische nieuwslijn Lexalert verstuurd.
Lexalert informeert u gratis en per e-mail over de juridische actualiteit met betrekking tot arbeidsrecht.
Schrijf nu gratis in.




