Invoering Europese vakantie: samensmelting vakantiedienst- en vakantiejaar (advies NAR - 25/01/2012)

 

De Belgische vakantiewetgeving maakt een onderscheid tussen vakantiedienstjaar en vakantiejaar. Het vakantiedienstjaar is het jaar waarin de prestaties worden verricht die in het daaropvolgende vakantiejaar recht geven op vakantie. In de praktijk heeft de werknemer in zijn eerste jaar geen recht op betaalde vakantie.

De Europese Commissie heeft tegen België een ingebrekestellingsprocedure opgestart omdat deze regeling in strijd is met richtlijn 2003/88/EG betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd. Volgens deze richtlijn heeft de werknemer vanaf het eerste jaar recht op vakantie.

De sociale partners hebben in de schoot van de Nationale Arbeidsraad op 20 december 2011 een advies uitgebracht dat een ontwerp van oplossing bevat.

De NAR stelt voor in twee fasen te werken om tegemoet te komen aan de ingebrekestellingsprocedure van de Europese Commissie.

In een eerste fase wenst de Raad dat de Belgische overheden zo snel mogelijk in antwoord op het met redenen omkleed advies aan de Europese Commissie de hiernavolgende grote lijnen aangeven van de wijze waarop de Belgische wetgeving inzake jaarlijkse vakantie zal aangepast worden om een correcte omzetting van artikel 7 van de arbeidstijdenrichtlijn te verzekeren.

Om werknemers toe te laten vlugger gebruik te kunnen maken van de opgebouwde vakantierechten stelt de Raad voor de vakantiewetgeving aan te vullen met een nieuwe regeling waarbij voorzien wordt dat :

  • er een recht op ”Europese” vakantie wordt ingevoerd waarmee werknemers effectief vakantie kunnen opnemen in de loop van hetzelfde kalenderjaar als dat waarin ze prestaties geleverd hebben, in verhouding tot die prestaties, indien de duur van hun vakantie, berekend in functie van de prestaties van het voorgaande dienstjaar, lager is dan de vakantieduur berekend in functie van de prestaties van het lopende jaar;
  • de werknemer zijn recht op “Europese” vakantie kan aanvragen na uitputting van zijn normale vakantiedagen in functie van de prestaties van het voorgaande (vakantie)dienstjaar;
  • de werknemer tijdens de “Europese” vakantie recht heeft op normaal loon (enkelvoudig vakantiegeld). Dit enkelvoudig vakantiegeld zal evenwel beschouwd worden als een vervroegde uitbetaling van een deel van het normaal opgebouwde recht op vakantiegeld;
  • de bestaande regelingen van de jeugd- en seniorenvakantie onverkort blijven bestaan. De betrokken werknemers krijgen voor eenzelfde jaar de keuze tussen deze regelingen en de “Europese” vakantie;
  • de door de nieuwe regelingen toegekende vakantiedagen op dezelfde wijze als de wettelijke vakantiedagen worden gelijkgesteld met arbeidsprestaties;
  • het recht op Europese vakantie en op Europees vakantiegeld mag slechts uitgeoefend worden vanaf het ogenblik waarop de tewerkstellingsperiodes in een kalenderjaar minstens gelijk zijn aan drie maanden (daarmee kan ook het normale recht op een ononderbroken vakantieperiode van minstens één week in de loop van het prestatiejaar gegarandeerd worden); voor de berekening van de drie maanden wordt ongeacht de aard van de arbeidsovereenkomst rekening gehouden met de totaliteit van de tewerkstellingsperiodes in het betrokken kalender-jaar; van zodra de werknemer een totaal van drie maanden aan prestaties binnen het kalenderjaar bereikt, mag hij aan het einde van deze periode van drie maanden zijn recht op Europese vakantie opnemen.

De Raad zal daarom in een tweede fase ten laatste tegen midden volgend jaar de concrete uitvoeringsmodaliteiten van de nieuwe regeling uitwerken, zodanig dat werknemers reeds in 2012 een beroep kunnen doen op hun recht op Europese vakantie.

Lees de volledige tekst van het advies en van de richtlijn:

Portable Document Format (PDF) Advies NAR nr. 1.791 - zitting van dinsdag 20 december 2011- Jaarlijkse vakantie – Ingebrekestelling door de Europese Commissie nr. 2007/4673 (pdf, 614 KB)

Portable Document Format (PDF) Richtlijn 2003/88/EG van het Europees parlement en de raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (pdf, 117 KB)

Laatste aanpassing: 25 januari 2012


Dit artikel werd op 25 januari 2012 via de juridische nieuwslijn Lexalert verstuurd.

Lexalert informeert u gratis en per e-mail over de juridische actualiteit relevant voor HR-managers.