Aandelenoptieplannen - boekhoudkundige verwerking (CBN-advies - 602/2012)

 

Door de Wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (hierna: de Optiewet) zijn aandelenopties als vergoeding voor arbeidsprestaties volop in de belangstelling gekomen. De uitgifte van aandelenopties biedt de ondernemingen een instrument om bekwame en dynamische medewerkers aan te trekken en om hun personeel te motiveren. Zij maakt het bovendien mogelijk de medewerkers meer bij het succes van de onderneming te betrekken.

Voor de uitwerking van een dergelijk aandelenoptieplan zal de onderneming gebruik maken van opties of warranten. In dit advies zal de Commissie enkel de boekhoudkundige verwerkingswijze analyseren voor de toekenning van opties, die een levering van bestaande aandelen tot gevolg hebben, en die binnen de bepalingen van de Optiewet vallen.

Een aandelenoptie is een verkoopbelofte waarbij de uitgever er zich toe verbindt aandelen te verkopen tegen een op het ogenblik van de uitgifte van de optie bepaalde prijs. Een onderscheid wordt gemaakt tussen een call-optie en een put-optie.

Een call-optie geeft de houder het recht om gedurende een periode of op een welbepaald ogenblik een bepaalde hoeveelheid aandelen tegen een vooraf vastgestelde prijs (de uitoefenprijs) te kopen. De verkoper verbindt er zich toe de overeengekomen hoeveelheid aandelen tegen de uitoefenprijs te leveren als de houder zijn recht wenst uit te oefenen.

Een put-optie geeft aan de houder het recht om over te gaan tot de verkoop van een bepaalde hoeveelheid aandelen tegen een overeengekomen prijs en verplicht de koper die te kopen.

In het kader van de werkgever-werknemer relatie zal er in hoofde van de werknemer een call-optie bestaan. De verkoopbelofte van de werkgever zal de werknemer ertoe aanzetten om aandeelhouder in de vennootschap-werkgever te worden.

Het verkrijgen van een optie wordt vaak gekoppeld aan zogenaamde prestatiegerelateerde opschortende voorwaarden4, bijvoorbeeld een minimale periode van tewerkstelling. De periode waarbinnen deze voorwaarden moeten vervuld worden, wordt binnen de internationale financiële rapporteringspraktijk de “vesting periode” genoemd. Vanaf het ogenblik dat de opties gevested zijn, zijn deze verworven en kunnen deze uitgeoefend worden binnen de uitoefenperiode. Het is mogelijk dat de uitoefenperiode niet onmiddellijk aansluit op de “vesting periode” maar een tijdspanne wordt voorzien waarbinnen de opties niet kunnen uitgeoefend worden ook al werden deze na de “vesting periode” reeds definitief verworven. Tevens kunnen verschillende uitoefenperioden voorzien worden.

Lees de volledige tekst van het CBN-advies 2012/3:

Portable Document Format (PDF) CBN-advies 2012/3 – De boekhoudkundige verwerking van aandelenoptieplannen (pdf, 1 MB)

Datum: 11 januari 2012


Dit artikel werd op 16 februari 2012 verstuurd via de juridische nieuwslijn Lexalert.

Lexalert informeert u gratis en per e-mail over de juridische actualiteit relevant voor boekhouders, accountants en bedrijfsrevisoren.